Wet natuurbescherming

Verbouw plannen? Hou rekening met de Wet natuurbescherming

Sinds 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en Boswet. Deze wet kan een grote invloed hebben op de planning van een verbouwing of nieuwbouwproject. Zowel flora als fauna wordt beschermd door deze wet, evenals bepaalde (natuur)gebieden en bossen. Het gaat om ongeveer 1.300 beschermde dier- en plantensoorten, zoals bepaalde soorten beien, kevers, vlinders en libellen. Maar bijvoorbeeld ook vleermuizen, padden, de huismus en bepaalde plantensoorten behoren tot de beschermde soorten.

De beschermde dier- en plantensoorten worden met uitsterven bedreigd, waardoor het niet altijd even makkelijk is om bijvoorbeeld de gevels te isoleren of het dak te vervangen. Het (laten) uitvoeren van deze werkzaamheden mag namelijk niet zomaar als zich beschermde dier- en/of plantensoorten bevinden op of rondom de locatie óf als de mogelijkheid bestaat dat zich soorten op of rondom de locatie bevinden.

 

Het laten uitvoeren van een quickscan

De eerste stap die gezet dient te worden voor begonnen kan worden met bouwen, renoveren of verduurzamen is het laten uitvoeren van een quickscan. Met een quickscan wordt uitgezocht of beschermde flora en/of fauna zich in het projectgebied bevindt. Dit wordt gedaan door te onderzoeken welke soorten in het verleden op de locatie zijn aangetroffen, welke soorten zich mogelijk op dit moment op de locatie bevinden en welke functie het gebied heeft voor deze soorten. Daarnaast zal gekeken worden naar mogelijke effecten die de werkzaamheden kunnen hebben op flora, fauna en beschermde gebieden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een vogel in een boom aan het broeden is die dichtbij de locatie ligt of dat zich een nestje bevindt onder de dakpannen van het te vervangen dak. Ook muurplanten op oude muren kunnen zomaar tot beschermde soorten horen. Elk onderdeel van de activiteit dient afzonderlijk te worden getoetst. Het is namelijk mogelijk dat niet alleen het uiteindelijke resultaat voor een verstoring van flora en/of fauna zorgt, maar ook de werkzaamheden zelf, zoals het aanleggen van een tijdelijke brug. Uit de quickscan zal blijken of een vervolgonderzoek zal moeten worden uitgevoerd. Bij het plaatsen van zonnepanelen op het dak is een quickscan, zover wij weten, niet nodig.

 

Vertraging door de Wet natuurbescherming

Om vertraging te voorkomen, is het belangrijk op tijd een quickscan uit te laten voeren zodat men weet wat de situatie is en er maatregelen getroffen kunnen worden voordat het vervolgonderzoek wordt uitgevoerd. Aangeraden wordt om twee jaar voorafgaand aan de uitvoering van het plan een quickscan uit te laten voeren. Dit betekent dat een quickscan in de initiatieffase al uitgevoerd moet worden, zodat eventueel vervolgonderzoek ook voor uitvoering geregeld is. Bepaalde onderzoeken vergen tijd, zoals het uitvoeren van bepaalde ecologische onderzoeken. Een voorbeeld hiervan is het onderzoek naar vleermuizen. Dit onderzoek duurt zo’n zes maanden en kan alleen worden uitgevoerd in een bepaalde periode. Ook broedvogels kunnen voor vertraging zorgen. Met werkzaamheden mag namelijk pas begonnen worden als de jonge vogels het nest hebben verlaten. Daarnaast zijn de vaste verblijfplaatsen van vogels beschermd, hiervoor dienen dan ook mitigerende maatregelen getroffen te worden, ofwel maatregelen die de negatieve effecten verminderen of wegnemen. Wanneer flora en fauna geen gevaar lopen of wanneer alle schadelijke effecten worden voorkomen door de getroffen maatregelen en de soorten niet worden verstoord, hoeft geen ontheffing voor de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Ook kan in bepaalde gevallen een vrijstelling verkregen worden. Het gaat dan om werkzaamheden die vaak voorkomen of voorspelbaar zijn.

 

Het treffen van voorzorgsmaatregelen

Wanneer zich beschermde dier- en/of plantensoorten rondom de renovatiewerkzaamheden bevinden, is men verplicht hier goed mee om te gaan en voorzorgsmaatregelen te treffen. De beschermde soorten mogen niet beschadigd, gewond of gedood worden, evenals de verblijfplaatsen waar de beschermde dieren zich bevinden. Mitigerende maatregelen zijn bijvoorbeeld het aanbrengen van alternatieve nestvoorzieningen voor met de renovatie gestart wordt. Deze voorzieningen dienen een half jaar te hangen voordat actie ondernomen mag worden en het moet aantoonbaar zijn wanneer deze voorzieningen geplaatst zijn. Voor mussen kunnen bijvoorbeeld speciale vides of kasten tegen de gevel geplaatst worden. Ook kan er bijvoorbeeld voor gekozen worden om voor het broedseizoen de locatie ongeschikt te maken voor de broedvogels. Wel moeten hierbij de mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels intact blijven of dient vastgesteld te worden of de soort in de omgeving zelfstandig een vervangend nest kan vinden. De stadsecoloog kan adviseren bij het treffen van voorzorgsmaatregelen.

Meer informatie over de Wet natuurbescherming en bepaalde soorten? Neem dan een kijkje op deze website.